Navigatie: Heemkunde Maasbracht - Over Maasbracht - Geschiedenis van Maasbracht
Ga terug: Over Maasbracht

Geschiedenis van Maasbracht

Geschiedenis Maasbracht

 

Maasbracht als landbouwdorp

Tot in de 20e eeuw was Maasbracht vooral een landbouwdorp. In de gemeentelijke registers staat dat de meeste mannen boer waren. Natuurlijk waren er ook andere beroepen, zoals bakker, slager, smid en schoenmaker. Alles wat nodig was om als dorp zelfvoorzienend te zijn. Daarnaast waren er bijzondere vakmensen, zoals een koperslager en een zadelmaker.

Eerste veranderingen in de 19e eeuw

Aan het einde van de 19e eeuw kwam er langzaam verandering. In 1865 werd de Leonardusmolen gebouwd. Ook kreeg Maasbracht een station aan de spoorlijn Roermond–Maastricht. Al snel ontstond er bedrijvigheid, zoals transportbedrijven en een café. Deze nieuwe wijk werd ‘Brachter Statie’ genoemd. De andere wijken waren Maasbracht-Dorp, Kruchten langs de Maas, Beek aan de Krombeek en het Maasbrachter deel van Sint Joost. Groot waren deze wijken niet. Maasbracht bestond uit maar twee straten: één langs de Maas tot aan de kerk en één vanaf de kerk naar het oosten richting Beek. De wijk had aan beide kanten van de beek wat bebouwing en een paar korte zijwegen.

Plannen voor de Maas

In het begin van de 20e eeuw spraken Nederland en België over het kanaliseren van de Maas. Men wilde de rivier bochten recht trekken. Er werden mooie, gedetailleerde tekeningen gemaakt, maar door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 gingen de plannen niet door. 

Wel besloot Nederland om het transport van Limburgse kolen te verbeteren. Voor Nederland was het belangrijk om kolen uit Limburg naar andere delen van het land te vervoeren. Daarom besloot men het Julianakanaal aan te leggen. Ook besloot men stuwen in de Maas te bouwen om het water beter te regelen. De Maas is een rivier die veel regenwater krijgt, waardoor het water vaak op verschillende niveaus staat. De eerste stuw werd in 1925 bij Linne gebouwd.

De haven en het Julianakanaal

In 1921 werd besloten om een haven aan te leggen bij het Julianakanaal in Maasbracht. Dit was erg belangrijk voor Maasbracht. In deze haven zouden kolen van de trein naar de schepen worden overgeladen. De kolen werden eerst per trein naar het station in Echt gebracht. Vanuit Echt gingen ze via een nieuw spoorstuk, dat aansloot op de tramlijn tussen Sittard en Roermond, naar de haven van Maasbracht. Hiervoor werd een speciale installatie gebouwd op een betonnen ondergrond. Deze installatie, de ‘Kolentip’, was klaar in 1929 en werkte tot 1935.

De aanleg van het Julianakanaal begon in 1925. Prinses Juliana stak in Limmel als eerste de spade in de grond. Daarna werkten honderden jonge mannen uit heel Nederland aan het kanaal. Veel van hen woonden tijdelijk in keten langs de haven. Voor Maasbracht betekende dit een tijdelijke groei van het aantal inwoners.

Nieuwe bedrijvigheid en veranderingen

Het Julianakanaal was in 1934 klaar. In 1935 opende koningin Wilhelmina het officieel. Met de opening veranderde ook het werk in de haven. De kolentip werd weggehaald, maar het spoorlijntje bleef nog een tijd bestaan, tot vlak bij de kerk. Er kwam nieuwe bedrijvigheid rond de scheepvaart, zoals een loskraan die voor verschillende taken werd gebruikt. In de vele cafés aan het havenfront zaten vaak ook bevrachtingskantoren. Vrachten werden geregeld via de schippersbeurs. Parlevinkers brachten boodschappen aan boord van de schepen. Door al deze veranderingen veranderde niet alleen het werk in Maasbracht, maar ook de samenstelling van de bevolking. Dit was zichtbaar in het soort werk dat mensen deden, maar ook in verschillen in geloof. Het was een periode waarin mensen aan elkaar moesten wennen.

 

Een paar jaar later begon de Tweede Wereldoorlog

Ook Maasbracht kreeg te maken met het oorlogsgeweld. Op 30 september bliezen de Duitse bezetters 240 schepen in de haven op met dynamiet, waardoor ze zonken. De schippers en hun gezinnen moesten dit lijdzaam laten gebeuren en zochten een plek om te wonen in Maasbracht. Op 7 november werden alle bewoners geëvacueerd. Ze gingen naar dorpen in de omgeving en soms zelfs ver weg, tot in Friesland.

 

Bevrijding en herstel

Na zware gevechten werd Maasbracht op 24 januari bevrijd. Al in februari 1945 begonnen militairen en Rijkswaterstaat te praten over het herstellen van de schepen in de rivieren en kanalen. Met het doel om de kolentransport weer op gang te krijgen. Het ging moeizaam, want er was een gebrek aan goed materiaal en voldoende metaal om de schepen dicht te maken. Pas in 1949 waren alle schepen weer hersteld. Niet alleen de schepen waren beschadigd, ook veel huizen en de kerk uit 1890 waren zwaar toegetakeld. De kerk was zo beschadigd dat hij helemaal afgebroken en opnieuw opgebouwd moest worden.

 

Groei en verandering

Door het herstel van de schepen ontstond de scheepvaartindustrie in Maasbracht. De scheepswerven en andere bedrijven rond de haven zorgden voor veel banen. Voor de oorlog veranderde het stratenplan van Maasbracht nauwelijks. Na de oorlog begonnen ze met het bouwen van nieuwe wijken. Zo groeide Maasbracht uit tot zoals het nu is.

 

 

 

 

 

 

t